ADHD kenmerken
De term is afkomstig uit de DSM IV criteria voor ADHD.
Er zijn drie hoofdkenmerken:
- hyperactiviteit,
- impulsiviteit,
- aandachtzwakte.
Deze drie hoofdkenmerken zijn geoperationaliseerd in 18 waarneembare symptomen of gedragingen.
Kenmerken van ADHD
1. Er is sprake van (a) of (b)
a. Aandachtsproblemen: tenminste zes van de volgende symptomen bestaan al minstens een half jaar in een mate die onaangepast is en niet in overeenstemming met het verstandelijke niveau:
- Let vaak niet goed op details of maakt slordigheden in schoolwerk, werk of andere activiteiten
- Heeft vaak moeite de aandacht bij een taak of spel te houden
- Lijkt vaak niet te luisteren wanneer iemand het woord tot hem of haar richt
- Heeft vaak moeite om instructies volledig te volgen en maakt schoolwerk, taken of verplichtingen op het werk niet af (niet het gevolg van oppositioneel gedrag of een onvermogen instructies te begrijpen)
- Heeft vaak moeite om taken en activiteiten te organiseren
- Gaat taken, die een langdurige mentale inzet vereisen (zoals schoolwerk of huiswerk) vaak uit de weg, heeft er een hekel aan of toont tegenzin ermee te beginnen
- Raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of bezigheden (bijvoorbeeld speelgoed, opgaven van school, potloden, boeken of gereedschap)
- Wordt vaak gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels
- Is vaak vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden.
b. Hyperactiviteit-impulsiviteit: tenminste zes van de volgende symptomen bestaan al minstens een half jaar in een mate die onaangepast is en niet in overeenstemming met het verstandelijk niveau.
Hyperactiviteit
- Beweegt vaak onrustig met handen of voeten, of wiebelt in zijn stoel
- Staat op van zijn plaats in de klas of in andere situaties waar verwacht wordt dat iemand blijft zitten
- Rent in situaties, waar dit ongepast is, vaak rond of kleutert overal in (bij adolescenten en volwassenen kan dit beperkt blijven tot een subjectief gevoel van rusteloosheid)
- Heeft vaak moeite zich rustig te houden met spel of vrijetijdsactiviteiten
- Is vaak 'in volle actie' of gedraagt zich vaak 'alsof hij/zij wordt aangedreven door een motor'
- Praat vaak buitensporig veel.
Impulsiviteit
- Gooit vaak het antwoord op vragen eruit voordat deze afgemaakt zijn
- Heeft vaak moeite op zijn of haar beurt te wachten
- Onderbreekt of stoort anderen vaak (bijvoorbeeld valt in de rede tijdens een gesprek of bemoeit zich met spelletjes).
2. Voor de leeftijd van zeven jaar was al sprake van enige symptomen op het gebied van hyperactiviteit/impulsiviteit of gestoorde aandacht, die aanleiding gaven tot disfunctioneren.
3. Enig disfunctioneren als gevolg van de symptomen doet zich voor in twee of meer contexten (bijvoorbeeld op school [of op het werk] en thuis).
4. Er moet sprake zijn van duidelijke tekenen van klinisch significant disfunctioneren op sociaal of leervak of op het werk.
5. De symptomen komen niet uitsluitend voor in het kader van een pervasieve ontwikkelingsstoornis, schizofrenie of een andere psychotische stoornis en laten zich niet beter verklaren door een andere psychiatrische stoornis (bijvoorbeeld een stemmingsstoornis, angststoornis, dissociatieve stoornis of persoonlijkheidsstoornis).
| < Vorige | Volgende > |
|---|






